Eerste dinsdag van september!

Nee, dit is geen verlate 1 april grap en het is ook niet een reactie op de traditioneel uitgelekte stukken die komende Prinsjesdag gepresenteerd worden. Dit is de visie op de salarisadministratie zoals het zou kunnen én moeten, zonder de complexiteit van regelgeving en de rare U-bochten die soms gemaakt worden. Het kan, zo is mijn stellige overtuiging, eenvoudiger.

Ooit leefde de gedachte dat de inhouding van loonheffing een voorheffing was op Inkomstenbelasting. Sterker nog, had iemand alleen maar loon uit dienstbetrekking dan was de betaalde loonheffing de eindheffing voor de Inkomstenbelasting en hoefde er feitelijk geen aangifte Inkomstenbelasting meer gedaan te worden. Maar goed, dit was een gedachte, een beleving van velen die vandaag de dag zeker niet meer opgaat. Juist de verwevenheid met de Inkomstenbelasting maakt ons stelsel zo ondoorzichtig. Ik geef u een voorbeeld:

Iemand ergens in Nederland heeft twee banen; bij de ene baan werkt hij 4 dagen per week, bij de andere 1 dag. Bij de aanvang van ieder van deze banen wordt deze persoon geacht een loonheffingsverklaring in te vullen waarop aangegeven moet worden of op het loon de loonheffingskorting moet worden toegepast. Vrijwel iedereen heeft geen idee waarover dit gaat maar het advies dat hierbij gegeven wordt is altijd: vul ja in daar waar je het meeste loon verdient en nee daar waar dit het minste is. En gek genoeg, dit werkt in de praktijk vrijwel vlekkeloos. De grote posten in de loonheffingskorting zijn de Algemene Heffingskorting en de Arbeidskorting en met name die laatste levert in de Inkomstenbelasting nog wel eens een onaangename verassing op. Doorgaand in dit voorbeeld speelt het volgende:

  • Het belastbaar jaarinkomen 2014 bij de werkgever waar loonheffingskorting wordt toegepast is 39.000 euro; op de hierover te loonheffing is een bedrag van 2.097 euro aan Arbeidskorting verleend.

  • Het belastbaar jaarinkomen 2014 bij de werkgever waar geen loonheffingskorting is toegepast bedraagt 14.000 euro; hierop is, vanwege de keuze van het niet toepassen van de loonheffingskorting, geen Arbeidskorting toegepast.

  • Betrokkene vult de aangifte Inkomstenbelasting in en geeft daar als inkomen uit werk een bedrag van 53.000 euro op (39.000 + 14.000). Dit betekent dat hij via de Inkomstenbelasting een bedrag van 660 euro moet terug betalen door teveel verrekende Arbeidskorting.

Voor een ieder die het stelsel een beetje kent is dit een logisch verhaal. De te verlenen Arbeidskorting wordt immers minder naarmate het inkomen stijgt. Voor betrokken persoon die, net als 99% van de andere belastingplichtigen in Nederland, het stelsel niet kent, is dit echter niet te begrijpen. Ik laat hier nog even buiten beschouwing dat vanwege de progressiviteit in ons belastingstelsel betrokkene nog een extra bedrag aan inkomstenbelasting moet betalen vanwege het opschuiven naar een hoger belastingtarief door het bij elkaar tellen van de 2 jaarinkomens.

De loonheffing is tevens vergeven van kortingen, al dan niet een werkbonus, het ophogen van percentages bijzonder tarief om te veel te verrekende Arbeidskorting enigszins te voorkomen, percentages loonheffing die lopen van 0% naar 52%, enzovoort, enzovoort. En, trouw als wij allen zijn, zelden zetten we vraagtekens bij dit ondoorzichtige stelsel.

De overheid is sinds jaar en dag op zoek naar vereenvoudiging in regelgeving en vermindering van administratieve lasten. Zo op het oog is dat ook wel aardig gelukt als we naar de salarisstrook van nu kijken. Er is één grondslag voor de premies werknemersverzekeringen, dit is dezelfde grondslag waarop loonheffing (loonbelasting / premie volksverzekeringen) wordt ingehouden. Zelfs voor de Zorgverzekeringswet hanteren we dezelfde grondslag. Hierbij komt nog dat werknemers niet meer lastig gevallen worden met diverse premie-inhoudingen, deze zijn volledig op het bord van de werkgever gelegd.

Die salarisstrook ziet er dus een stuk eenvoudiger uit; er is een bruto loon al dan niet opgebouwd uit verschillende componenten. Op dit bruto loon wordt in veel gevallen nog een pensioenpremie ingehouden en het saldo van die twee, bruto loon min pensioenpremie(s), vormt de basis voor de inhouding van de loonheffing. Het saldo het bruto loon min pensioenpremie(s) min loonheffing is het netto loon van de werknemer. Het netto loon is niet per definitie het bedrag dat de werknemer op zijn of haar rekening krijgt gestort. Na de vaststelling van het netto loon zijn daar vaak nog netto posten zoals de uitbetaling van netto reiskosten of de inhouding van bijvoorbeeld lidmaatschap van een personeelsvereniging maar goed die salarisstrook ziet er zoals gezegd relatief eenvoudig uit.

Hoe zou zo’n stelsel voor wat betreft ons vakgebied “Loonbelasting / Premies Volksverzekeringen”eruit kunnen zien; wat kun je daar op de eerste dinsdag in september over zeggen. In zijn algemeenheid zou de eenvoud van de huidige salarisstrook doorvertaald kunnen worden naar een vrijwel één op één heffing via de Inkomstenbelasting. Dus stop met die loonheffingskortingen en laat die terugkomen in het heffingspercentage voor de loonheffing. Verminder het aantal tarieven naar één (flat taks) hooguit twee tarieven; introduceer één belastingvrije som (dat deel van het inkomen waarover geen belasting verschuldigd is). Bij het terugdringen van meerdere belastingtarieven en de introductie van 1 belastingvrije som dan zijn de na-ijleffecten in de Inkomstenbelasting een stuk kleiner en dan is het netto salaris van de werknemer ook echt het netto salaris zonder rare verrassingen achteraf. En ja, daar moet macro-economisch door deskundigen aan gerekend worden maar wat ons betreft blijft overeind dat het anders en vooral eenvoudiger kan.

In het eerstvolgende blog na de 3e dinsdag in september komen wij graag bij u terug op de looneffecten die de kabinetsplannen in 2016 voor ons allen betekenen.

#prinsjesdag #salarisadministratiescan #Salarisadministratie

Featured Posts
Recent Posts
Archive
Search By Tags
No tags yet.
Follow Us
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square